3e Column Iris Pruysen

Door het ongeluk kreeg ik ook te maken met letselschadeadvocaten. Wij hadden een rechtsbijstandverzekering en mijn ouders hebben eigenlijk vooral alles eromheen geregeld.


Ik weet nog dat het mij niet zo interesseerde. Ik was 18, had net een ongeluk gehad wat mijn leven op zijn kop zette. Alles was zo onzeker en dan moet je opeens heel erg bezig zijn met de toekomst. Er wordt een soort inschatting gemaakt van wat er anders zou zijn in vergelijking met een leven waarin ik geen ongeluk had gehad. En dan met name op het gebied van kosten. Kosten voor protheses, voor (zorg)verzekeringen, voor huishoudelijke hulp en allerlei ander kosten die ik waarschijnlijk zou gaan maken.

Ik vond het helemaal niet leuk om me hiermee bezig te houden. Het gaf een vervelend gevoel omdat je stil gaat staan bij alle dingen die lastiger zouden kunnen gaan. Dat wilde ik helemaal niet, ik hoopte dat het bij mij allemaal wel mee zou vallen. Toch wist ik dat het wel belangrijk was dat ik hierover na dacht. De afspraken waren steeds thuis. Ik heb verschillende advocaten gehad die zich met mijn zaak bezig hielden, dit maakte het verwarrend. Ook moest ik dan steeds het hele ongeluk-verhaal opnieuw vertellen. Het was een heleboel papierwerk met veel brieven. Ergens thuis ligt nog een dikke map met al deze papieren.

Na een paar jaar was er bij mij een stabielere situatie ontstaan. Ik was klaar met mijn studie, ik had een baan en was aan het sporten. Dan kun je ervoor kiezen om de schadeafhandeling af te ronden maar het is ook mogelijk om elk jaar apart te kijken hoe het gaat. Nu zijn we 12 jaar verder. Ik ben nog jong en het gaat goed. Hoe het in de toekomst met mijn been of mijn stomp verder gaat denk ik niet veel over na.