LSA-Symposion 2010 op 29 januari 2010 in het Kurhaus te Scheveningen
Een nieuwe aanpak!
Wie door andermans fout schade lijdt, heeft er recht op om – met inachtneming van de voorwaarden van het aansprakelijkheidsrecht – zoveel mogelijk te worden gebracht in de positie waarin hij zonder de normschending vermoedelijk zou hebben verkeerd. Over dit klassieke uitgangspunt valt niet te twisten, over de uitwerking ervan eens temeer.
Wat brengt het recht ervan terecht? Is het aansprakelijkheidsrecht werkelijk effectief, of kan het effectiever? Is het procesrecht voor het letselschadeslachtoffer voldoende efficiënt of moet het efficiënter? En kan het traject buiten rechte worden versneld?
Het gaat hier niet alleen om procesrechtelijke of processuele kwesties (zoals de deelgeschillenregeling), maar evenzeer om meer materieelrechtelijke vragen:
- Is proportionele aansprakelijkheid het ei van Columbus of is een half ei hier eigenlijk een lege dop?
- Is het overlijdensschaderecht nog werkelijk bij de tijd?
- Kent ons recht wel de juiste remedies? Worden die optimaal benut?
- Is de aansprakelijkheidsverzekeraar die als bok op de haverkist blijft zitten bijvoorbeeld uit (eigen) onrechtmatige daad aansprakelijk voor de extra schade die hij daardoor veroorzaakt? En moet hij dan smartengeld betalen? Met andere woorden: moet het recht hier scherpe(re) tanden krijgen?
- En ook de benadeelde mag natuurlijk niet lijdzaam stilzitten. Welke eisen mogen aan hem worden gesteld, bijvoorbeeld op het gebied van re-integratie of van het ondergaan van medische behandelingen?
Het thema van deze dag is een nieuwe aanpak, van het aansprakelijk heidsrecht als geheel (effectief aansprakelijkheidsrecht), van het proces (deelgeschillen, aansprakelijkheid voor foute schadeafwikkeling), maar ook van klassieke thema’s, zoals causaliteit, overlijdensschade en schadebeperking.